Geaccrediteerde nascholing
Menu

Wat je gewoon móet weten over het kinderbrein

Door op 16-11-2017
  • 00Over de breinontwikkeling
  • 01Over het breinleren van kinderen
  • 02Breinthema’s in het primair onderwijs
  • 03Reacties (0)

Samenvatting

In de dagelijkse praktijk ervaren leerkrachten in het primair onderwijs dat er per leeftijdsfase grote verschillen zijn in de manier waarop kinderen leren en aangesproken moeten worden op hun mogelijkheden. Dat leidt tot veel nieuwsgierigheid naar de verklaring hiervoor vanuit het perspectief van de breinwetenschappen. Dit Klass-e! programma biedt je inderdaad die verklaringen. Inzichten en misschien daardoor een beter begrip voor het gedrag van kinderen. Het geeft je ook voeding voor je eigen onderwijskundige professionalisering. Om zelf tot een oordeel te komen over wat er goed en minder goed is aan de manier waarop er onderwijs wordt gegeven. En ook om zelf te bepalen hoe je staat ten opzichte van coöperatief leren, de ‘cito-cultuur’, tweetalig onderwijs aan kleuters en wat er nog meer aan dergelijke issues in het huidige onderwijs in opkomst zijn. De breinwetenschap, de kennis over de werking van het kinderbrein, helpt ons fictie en mythes te onderscheiden van kansrijke ontwikkelingen in het onderwijs aan jonge kinderen.

Over die ‘jonge kinderen’ gesproken: we gaan in dit programma in op de breinontwikkeling van kinderen tot begin puberteit, maar de jongste kinderen komen opvallend veel aan bod. Dat is onvermijdelijk, want de breinontwikkeling is een ‘vervolgverhaal’ dat begint bij de allerkleinsten. Het jonge kind mag dus niet overgeslagen worden. Leerkrachten die zelf in de onderbouw werken kunnen in deze aandacht voor het jonge kind inspiratie en steun vinden voor hun werk. Want zij merken in de praktijk hoe kwetsbaar kleuters nog zijn, hoe ze zich gedragen en ze weten hoe speciaal de manier is waarop ze leren. Leerkrachten uit de midden- en bovenbouw voelen zich misschien minder aangetrokken tot theorie over het jonge kind. Maar die doorgaande leerlijn, waar we het in het onderwijs ook zo graag over hebben, die begint toch echt bij de kleinsten binnen onze scholen, de kleuters.

 


Betsy van de Grift behaalde een masters in bedrijfskunde voor de gezondheidszorg. Na een lange periode in de zorg, werkte zij in diverse directiefuncties in de kinderopvang. Enige tijd geleden besloot zij als zelfstandig adviseur en publicist verder te gaan. Betsy schreef een groot aantal boeken, artikelen en bijdragen voor websites. Haar boek “Kinderkoppie” gaat over de breinontwikkeling van jonge kinderen en het belang van een rijke leeromgeving. Vooral door dit boek wordt zij veel gevraagd voor lezingen over dit onderwerp.

Bent u geabonneerd? Log in en ga naar mijn Klass-e! om de e-learning van dit programma te maken

Homepage

Informatie over dit artikel

Auteurs Betsy van de Grift
Accreditatie 5 accreditatiepunten
Publicatie 16 november 2017
Editie Klass-e! - Jaargang 2 - editie - Jaargang 2017

Leerdoelen

Na afloop van deze nascholing:

  • heb je meer inzicht in de algemene ontwikkeling van het kinderbrein;
  • heb je kennis van de ontwikkelingsstadia van de hersenen;
  • heb je kennis van het brein als informatieverwerkend systeem;
  • heb je meer inzicht in het leren van kinderen;
  • kun je reflecteren op de thema’s in het onderwijs vanuit de breintheorie;
  • kun je een oordeel vormen over je eigen professionele standpunten vanuit de breintheorie.